| Bossige beplanting | ||||||||||
|
Over het algemeen zal een beplanting die aangepast is aan de natuurlijke omstandigheden van een tuin beter groeien, minder werk opleveren en minder gauw ziek worden. Bovendien 'klopt' een beplanting die aangepast is aan de omstandigheden beter; het blijft het een raar gezicht om bijvoorbeeld een heidetuin tussen de weilanden te zien. Dat past daar gewoon niet. De voortuin van ons voorbeeld grenst bijna aan het bos. Daarom is er gekozen voor een bossige beplanting die past bij de grondsoort. Zo staan er rhododendrons, hazelaars, een krenteboompje, kardinaalsmuts. Lagere bloeiende struiken zorgen voor extra kleur (zoals hertshooi, hortensia's en lage spirea's). De bodem is zoveel mogelijk bedekt met maagdenpalm, dovenetelsoorten, wilde aardbei en vossebes. Blad dat in het najaar valt, blijft ligen (behalve op de paden) en in het voorjaar is er een overdaad aan sneeuwklokjes, wilde hyacinthen en bosanemoontjes. Er zijn vanzelf wat mossen komen groeien, en die passen er goed bij. |
||||||||||
|
||||||||||
| Terug naar voorbeeldtuin | ||||||||||